Regelmatige mondzorg is niet alleen belangrijk voor een gezond gebit. Het verlaagt ook het risico op longontstekingen en hart- en vaatziekten. Om de bevolking te stimuleren om regelmatig naar de tandarts te gaan, is eind 2016 het ‘mondzorgtraject’ van start gegaan. In dit kader betaalt de Belgische ziekteverzekering minder terug aan personen die het jaar voordien niet naar de tandarts zijn geweest. Voor jongeren onder de 18 jaar wordt gewone tandzorg helemaal terugbetaald.

Hieronder verzamelen we een aantal kerncijfers uit de IMA Atlas. In de Atlas zelf vindt u meer gedetailleerd informatie terug, die verder kan uitgesplitst worden naar leeftijd, statuut en woonplaats.

Methodologie en terminologie

Voor de indicatoren rond tandartsbezoeken werken we met tijdsperiodes van drie kalenderjaren. Zo definiëren we “regelmatige tandartsbezoeken” als minstens twee tandartsbezoeken in twee verschillende kalenderjaren op een periode van drie jaar. We kiezen voor deze ruimere periodes omdat dit een correcter beeld geeft van regelmatig tandartsbezoek dan minstens één bezoek per jaar. Door toevallige omstandigheden kan er bij sommige personen net iets meer dan twaalf maanden tussen hun tandartsbezoeken zitten. Deze zouden gemist kunnen worden indien we dit bekijken over een periode van één kalenderjaar.

Een subgroep van de regelmatige tandartsbezoeken zijn de preventieve mondzorgcontacten. Hiervoor gebruiken we een gelijkaardige definitie: minstens twee preventieve contacten in twee verschillende kalenderjaren op een periode van drie jaar. Bij preventieve mondzorg vindt een algemene controle plaats en wordt het gebit eventueel preventief gereinigd (bv. verwijderen van tandsteen). Het doel van preventieve mondzorg is om ‘herstellende tandheelkunde’ te voorkomen.

Algemene evolutie van de tandartsbezoeken

In de periode 2018-2020 ging 55% van de Belgen regelmatig naar de tandarts. Tien jaar eerder was dit nog 49%. Bij preventieve mondzorg zien we een stijging van 23% in 2008-2010 naar 34% in 2018-2020. Iets meer dan een kwart van de bevolking (26%) ging helemaal niet naar de tandarts.

De stijging van het aantal regelmatige tandartsbezoeken is het meest opvallend tussen 2014 en 2017, de periode waarin het mondzorgtraject werd opgestart. In 2020 is er wel een lichte daling in vergelijking met de voorgaande periode, evenals een lichte stijging van het aantal mensen die niet naar de tandarts zijn geweest. Tijdens de lockdown in maart en april 2020 waren tandartsbezoeken enkel mogelijk voor dringende ingrepen en na de versoepelingen waren er vaak lange wachttijden. Tijdens de coronacrisis zijn de regels omtrent de terugbetaling om die reden minder streng. Om in 2021 en 2022 van een maximale terugbetaling te genieten, wordt er rekening gehouden met terugbetaalde tandzorg in de twee voorgaande jaren en dus niet enkel het laatste jaar.

Tandartsbezoeken per leeftijd

Het aantal Belgen dat regelmatig naar de tandarts gaat kent dus een stijging, maar er zijn verschillen tussen de leeftijdscategorieën. Jongeren van 5 tot 17 jaar gaan het vaakst naar de tandarts. Het mondzorgtraject heeft de basistandzorg volledig gratis gemaakt voor hen. De voorbije tien jaar nam het regelmatige tandartsbezoek toe bij alle leeftijden, maar de meest opvallende stijgingen zien we bij de categorieën 65 tot 74 jaar en 75-plussers. Deze groepen gingen traditioneel minder vaak naar de tandarts en hadden dus nog het meeste groeipotentieel. Veel kinderen van 3 tot 4 jaar gaan nog niet regelmatig naar de tandarts, hoewel dit vanaf 2 jaar wel wordt aanbevolen.

Bij de preventieve mondzorg zien we een gelijkaardige trend, met een stijging in alle leeftijdscategorieën. Ook hier zijn de 5- tot 17-jarigen de beste leerlingen, al zijn de verschillen met de andere leeftijdscategorieën minder uitgesproken.

Tandartsbezoeken per inkomensgroep

Het gezinsinkomen is een belangrijke factor bij tandartsbezoeken: Belgen met een laag inkomen, in alle leeftijdscategorieën, gaan veel minder naar de tandarts. Terwijl bij de hogere inkomens 58% regelmatige naar de tandarts gaat, is dit bij de lagere inkomens slechts 43%. Ook op het vlak van de preventieve mondzorg zijn de verschillen groot: bij de lage inkomens ging 22% in de periode 2018-2020 minstens twee keer naar de tandarts voor een preventief onderzoek, bij de hogere inkomens was dit 37%.

De IMA-data bevatten geen directe informatie over het inkomen. We maken een onderscheid tussen een lage en een hogere inkomensgroep aan de hand van het recht op een verhoogde tegemoetkoming. Personen in gezinnen met een laag inkomen krijgen een verhoogde tegemoetkoming om hun toegang tot de gezondheidszorg te verbeteren. In 2020 behoort 19% van de Belgen tot deze groep. Hierdoor betalen ze minder voor hun gezondheidszorgen. In de periode 2018-2020 ging iets meer dan een derde (35%) van hen niet naar de tandarts . Bij de hogere inkomens was dit slechts 23%.

Vergeleken met 2010 zien we wel dat het aantal tandartsbezoeken sneller stijgt bij personen met een laag inkomen. Het aandeel personen dat regelmatig naar de tandarts gaat steeg van 35% naar 43%, tegenover een stijging van 51% naar 58% bij de hogere inkomens. Wat betreft de preventieve mondzorg is er een sterkere groei bij de hogere inkomens (van 25% naar 37%) dan bij de lagere inkomens (van 12% naar 22%).

Definities

Regelmatig tandartsbezoek: aantal rechthebbenden die minstens 2 contacten met de tandarts hebben in 2 verschillende jaren binnen een periode van 3 kalenderjaren (jaar x, jaar x-1, jaar x-2).
Regelmatige preventieve mondzorg: aantal rechthebbenden met minstens 2 preventieve contacten met de tandarts in 2 verschillende jaren binnen een periode van 3 kalenderjaren (jaar x, jaar x-1, jaar x-2).
Geen tandartsbezoek: aantal rechthebbenden met geen enkel contact bij de tandarts binnen een periode van 3 kalenderjaren (jaar x, jaar x-1, jaar x-2).
Laag inkomen: personen en gezinsleden ten laste die genieten van de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering.
Hoger inkomen: personen en gezinsleden ten laste die niet genieten van de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering